2014. Samen met eventmanager Annemiek zet ik nog even de stoelen recht. In de verte hoor ik kopjes rinkelen en geroezemoes.
“Eva, de deuren gaan over een paar minuten open,” zegt Annemiek. “Als dagvoorzitter moet je de mensen aan het woord laten, maar alsjeblieft, zorg dat er geen ellenlange emotionele verhalen komen. Hou het short and snappy!”
“Tuurlijk, Annemiek!” zeg ik monter.
Ik ben naast mijn werk als tv-presentator regelmatig dagvoorzitter van zakelijke evenementen. Dat varkentje kan ik toch wel wassen?
Even later zit de zaal vol mensen en ga ik als een dartele derwisj met mijn microfoon door de zaal. Even een reactie hier, een vraag daar. Het tempo zit er lekker in.
Dan kom ik bij een deftige man met een sjaaltje in zijn overhemd. Grijze golvende haren naar achteren gekamd, een jasje met leren patches op de ellebogen. Hij grijpt naar iets in zijn binnenzak. Voor ik het weet haalt hij er met trillende handen een papier uit.
Een handgeschreven brief.
In een flits kijk ik naar Annemiek. Die kijkt met grote paniekerige ogen terug en wijst naar haar horloge.
En voor ik het weet flapt het eruit: “Eh, kan het ook in één zin?!”
IJzige stilte.
Ik voel hoe ik compleet de verbinding met het publiek kwijtraak. Het is alsof de zaal denkt: daar hoeven we niet meer naar te luisteren.
Aan het einde van de middag loopt er een vrouw langs me. “Normaal kijk ik altijd naar je op RTV Utrecht. Maar dit was echt niet goed, Eva. Jammer.”
Bij dat woord “jammer” krimp ik ineen.
Het was mijn slechtste dagvoorzitterschap ooit. Maar wat ging er nou precies mis?
Ik had de techniek. De ervaring. Ik had me goed voorbereid. En toch verloor ik de zaal volledig op het moment dat ik hem het hardst nodig had.
Misschien herken jij dat ook. Niet per se voor een grote zaal. Het kan in een vergadering zijn. In een online call. In een presentatie voor drie mensen die er eigenlijk niet bij zijn met hun hoofd. Of zelfs in een post op social media waar je je best op hebt gedaan, en die wordt beantwoord met een oorverdovende stilte.
Dat moment dat je glazige blikken ziet. Dat mensen stiekem hun telefoon erbij pakken. Dat iemand zijn armen over elkaar slaat omdat hij het duidelijk niet met je eens is maar er niets van zegt.
Je twijfelt. Lag het aan jou? Was het niet goed genoeg? Had je moeten oefenen? Moest het grappiger?
Maar hier is wat ik inmiddels weet: het ligt niet aan de voorbereiding. Niet aan de grappigheid. Niet aan de techniek.
Er ontbreekt nog iets. Iets dat ouder is dan alle spreektechnieken bij elkaar. Iets dat verloren ging op het moment dat de oude Grieken van retorica een vak maakten. En iets dat we in dit tijdperk harder nodig hebben dan ooit.
Ik heb het een naam gegeven. En op 20 maart vertel ik je wat het is.
In een gratis (!) wervelende show.


