Soms moet ik om mezelf lachen. (Heel vaak trouwens, haha!) Dan hoor ik mezelf mensen adviseren om vooruit te denken, het eindbeeld voor je te zien, alvast te voelen hoe iets eruitziet als het gelukt is… en dan betrap ik mezelf erop dat ik daar zelf net zo goed weer even aan herinnerd moet worden.
Ik ben namelijk al sinds 2022 “bezig” met een nieuw boek. Tussen aanhalingstekens ja. Want eerlijk is eerlijk: ik had al drie keer een opzet, twee keer een nieuwe titel en minstens vijf keer een nieuwe inleiding. Om het vervolgens toch weer uit mijn handen te laten kletteren. Nèhhh, het is het toch niet.
De lat lag ook hoog. Mijn vorige boek bereikte nummer 1 op Managementboek. Dat is heerlijk, maar het heeft ook een bijwerking. Dan wil je niet dat het vervolg ‘wel leuk’ is. Dan moet het goed. Echt goed. En ergens werd dat een soort sluipende rem.
Totdat er iets kantelde.
Door veel lezen, sparren met mensen die verstand hebben van boeken, creativiteit ordenen en mezelf weer onderdompelen in mijn vakgebied, ontstond er ineens een gedachte in mijn hoofd waarvan ik dacht: hé… dit bestaat nog niet. Dit heb ik zelf nog nergens gezien. En op dat moment voelde ik weer bezieling. Niet meer schrijven omdat het moet, maar omdat ik er zin in heb. Omdat het eruit moet.
Ik schreef meteen mijn inleiding. (Die sloeg ik vervolgens verkeerd op, dus kon ik meteen weer opnieuw beginnen. 😉)
Vroeger had me dat waarschijnlijk weer een paar weken uit het veld geslagen. Nu dacht ik alleen maar: prima. Dan schrijf ik het nóg een keer. Beter zelfs. En ik merkte iets bijzonders. Ik was niet meer bezig met ‘ga ik dit wel afmaken?’, maar met hoe ziet het eruit als het er straks ligt?
Ik zie mijn boek al op tafel liggen.
Ik zie de boekpresentatie al voor me.
Ik zie zelfs dat stapeltje bij de AKO of de Bruna, ergens bij de top 10.
Overmoedig? Misschien. Maar anders voelt het alsof je blijft oefenen, terwijl je eigenlijk al mag optreden.
Wat ik al jaren tegen anderen zeg, ben ik nu zelf weer aan het doen. Het einde alvast visualiseren. Sporters doen dat ook. Die zien hun race al voor zich voordat ze überhaupt starten. Niet omdat ze zeker weten dat ze winnen, maar omdat het hun lichaam en brein alvast in beweging zet.
En het grappige is: zodra je dat doet, verandert er iets in je gedrag. Je krijgt zitvlees. Focus. Een soort innerlijke rust. Alsof je niet meer alleen maar ‘aan het proberen’ bent, maar ergens naartoe beweegt wat je al een beetje kent. Als een Jutta Leerdam op het toetsenbord, ga ik voor goud!
Misschien heb jij dat ook wel.
Een idee dat al te lang op de plank ligt.
Een project dat steeds nét niet begint.
Een gesprek waarvan je achteraf op de fiets denkt: had ik dát nou maar gezegd.
Probeer eens te beginnen bij het einde.
Niet om jezelf druk op te leggen, maar om jezelf richting te geven.
Om alvast te voelen hoe het is als het er wél is.
Voor mij betekent het nu simpelweg: schrijven. Bladzijde voor bladzijde. Niet wachten tot het perfect is, maar blijven bewegen richting dat beeld dat ik al zie.
En wie weet ligt het er straks echt.
En zo niet, dan heb ik in ieder geval niet stilgestaan.
Pak je podium,
Liefs,
Eva
PS: Achter de schermen ben ik weer bezig met een nieuwe gratis masterclass, waarin ik je ook al meeneem in het gedachtegoed van mijn nieuwe boek, wat voor jou ook een megashift kan betekenen. Over iets meer dan een maand, dus hou deze mails goed in de gaten, want dit wil je niet missen!
PS2: Wil je nu al die shift? Eindelijk woorden geven aan de impact die jij te maken hebt? Plan dan snel een kennismakingsafspraak in via www.evabrouwer.tv/paep. De nieuwe ronde van mijn sprekersprogramma begint in april en is nu al half vol. Wees er dus snel bij!


