BAM! Met een ferme klap slaat Koning Willem-Alexander op een rode knop. “En hiermee is het Joint Inspection Center officieel geopend!” roep ik, terwijl confettikanonnen knallen. In een stortregen van glitter kijk ik naar de koning. Jeetje, dat is ‘m dan. Wat is-ie eigenlijk lang.

Twee maanden eerder loop ik op Schiphol het kantoor van de Douane binnen. Het is mijn eerste afspraak als dagvoorzitter. Ik mag de opening presenteren van een nieuw gebouw dat de afhandeling van luchtvrachtverkeer efficiënter moet afhandelen. Terwijl ik wacht op mijn contactpersoon, bestudeer ik een vitrine vol pantervellen, tropische schelpen, ivoren beeldjes en koffers met dubbele bodem.

Eenmaal binnen wordt al snel de enorme omvang duidelijk van deze opdracht: de Koning komt! Alles moet dus perfect verlopen. Er zijn veel partijen bij betrokken met ieder zijn eigen belang en de RVD wil weten waar de Koning aan toe is. Dit is het hoogste niveau binnen mijn vakgebied. Niet alleen omdat het de koning betreft, maar omdat er veel van afhangt. En dat ze mij dit toevertrouwen, het sluitstuk van zoveel voorbereiding, voelt als een grote eer.

Eerst wil ik doorgronden wat precies de bedoeling is van de bijeenkomst. Ik hoef geen procedures bij nucleaire ladingen uit mijn hoofd te leren, maar wel begrijpen wat de opdrachtgever wil bereiken. Ik wil het onderwerp en de noodzaak zelf snappen en voelen. Alleen zo kan ik het goed overbrengen op het podium. In dit geval leer ik dat luchtvrachtverkeer kostbaar is. Dus als een bedrijf erin investeert, moet de cargo niet nodeloos stilstaan op een luchthaven, maar snel door naar de eindbestemming. Daar heeft de Douane een heel programma omheen ontwikkeld met Schiphol, KLM en vele andere partijen op de luchthaven. Nooit eerder hebben die zo samen gewerkt.

Dan vraag ik me af, hoe kan ik dit onderwerp toegankelijk maken? Wat voor impact heeft luchtvrachtvervoer op mijn leven en dat van mijn buurman? Natuurlijk heel veel, maar hoe dan? Al snel bedenk ik dat het jurkje dat ik straks draag on stage is ingevlogen, vanuit de fabriek naar de winkel. Kleding mag tenslotte niet uit de mode raken. Zalm op een toastje, waar de catering straks mee rond gaat, is hoogstwaarschijnlijk ingevlogen uit Noorwegen, want het moet natuurlijk vers zijn. En wat dacht je van je smartphone? Ook gadgets komen altijd met het vliegtuig, want ook over de nieuwste technologie willen we zo snel mogelijk beschikken.

En zo ben ik als dagvoorzitter in heel wat wondere werelden terecht gekomen. In de kazerne van het Korps Mariniers, in een helikopter op weg naar een aluminiumfabriek, in een daklozenopvang verslaafden interviewen, in een staalfabriek smeltend metaal bewonderen of op de catwalk tussen de modellen. Iedere keer krijg ik een uniek kijkje in de keuken van een bedrijf of organisatie. Van de hoogste baas tot de dagelijkse praktijk op de werkvloer. Waar je als buitenstaander met een frisse blik naar kan kijken.

En deze keer beland ik dus in een grote hal op Schiphol met rolbanden, grote kisten en opstijgende vliegtuigen op het scherm. De generale repetitie is geweest, ik oefen mijn teksten hardop. De zaal stroomt vol en de lichten gaan uit. Showtime.

“Dames en heren, mag ik uw aandacht voor Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander!”